In een tijd waarin wereldwijd de boekverkopen met zo’n zes procent zijn
afgenomen werden sinds de eerste publicatie in maart 2003 in minder dan een jaar
tijd meer dan 5 miljoen exemplaren van Dan Browns The Da Vinci Code verkocht.
Op dit moment leggen Ron Howard, Brian Gazer en Akiva Goldsman – die samen
eerder een Oscar wonnen met “A beautiful Mind’ - de laatste hand aan
de filmversie, die in mei door Sony Pictures Entertaiment in de bioscoop wordt
gebracht. In USA Today claimt Carol Fitzgerald – directeur van Bookreporter.com
dat lezers schreeuwen om boeken die historische feiten combineren met een verhaal
van deze tijd: “Men zegt: ‘ik wil iets kunnen leren terwijl ik een
verhaal lees’.” USA Today stelt eveneens vast dat op zijn minst 90
vergelijkbare boeken over godsdienst, geschiedenis en kunst goede verkoopcijfers
hebben.
De Da Vinci Code is een roman, maar in zijn voorwoord beweert Brown:
“alle beschrijvingen van documenten en geheime rituelen zijn accuraat.”
Zijn ze dat ook? Hieronder vind je een – onvolledig – overzicht
van een aantal beweringen, die Brown in zijn boek doet:
“De verering van de Grote Moeder” was onlosmakelijk verbonden
met het vroege christendom. Maria Magdalena vertegenwoordigde de vrouwelijke
kant van de religie en de Heilige Graal uit de traditionele overlevering.
Ze was bovendien met Jezus getrouwd en had kinderen samen met Hem.
De schoot van Maria Magdalena – waar het nageslacht van Jezus in
werd gedragen – was de legendarische Heilige Graal. Volgens Brown is
deze boodschap verstopt in Da Vinci’s schilderij Het laatste Avondmaal.
Jezus werd door zijn volgelingen niet als goddelijk beschouwd, totdat keizer
Constantijn Hem – vanuit zijn eigen motieven – als Zoon van God
betitelde.
Het Concilie van Nicea was het instrument dat Constantijn gebruikte om
de macht naar zich toe te trekken. De rol van Maria Magdalena als minnares
van Jezus werd hier voor altijd verdoezeld.
De stoffelijke resten van Maria Magdalena en de geheime documenten, die
het ware verhaal zouden vertellen zijn gevonden op de Tempelberg toen Jeruzalem
tijdens de Eerste Kruistochten werd veroverd.
Brown ziet een verband tussen de in 1945 ontdekte Nag Hammadi documenten
(ook wel bekend als de Gnostische Evangeliën) en zijn eigen verhaal.
De “waarheid” over Christus en Maria Magdalena wordt bewaard
door de Priorij van Sion, een geheim genootschap, dat wordt geleid door grote
denkers als Da Vinci.
Beschuldigingen van critici en twijfelachtige doctrines als de Verering van
de Godin en Neo-Gnosticisme vormen de basis van Brown’s bejubelde roman.
Zelfs binnen die context maakt Brown enorme fouten (Gnostici zouden bijvoorbeeld
walgen van alleen al de gedachte aan een sexuele relatie tussen Jezus en Maria
Magdalena). De Da Vinci Code beroept zich erg gemakkelijk op allerlei leringen
– die inmiddels allang weerlegd zijn – en spectaculaire theorieën
zonder noemenswaardig bewijs over van alles en nog wat van kerkelijke traditie,
tot architectuur en de leiders van geheime genootschappen. Een oppervlakkig
lezer zal eerder geneigd zijn het vlotlopende verhaal zonder kritiek te slikken,
dan zich te vermoeien om alle wetenschappelijke vrijheden, die Brown zich veroorlooft,
op een rijtje te zetten. Volgens Sandra Miesner maakt de Da Vinci Code
het esoterische denken tot algemeen gedachtengoed. Gezien de verkoopcijfers
van het boek en het te verwachten succes van de film willen wij graag proberen
wat licht te laten schijnen op de zaken die in het boek behandeld worden.