Helemaal
nergens in geloven is zó vorige eeuw. Jarenlang was God taboe, maar nu
is Hij weer overal te vinden. Maar geloven is al lang niet meer alleen aan christenen
voorbehouden. Volgens recent onderzoek hechten niet-christenen vrijwel even
veel geloof aan “christelijke” thema’s als hemel, hel, wonderen
en leven na de dood als trouwe kerkgangers.
Toch blijft er een taboe over. Wie denkt (de) waarheid over God of geloven
te weten wordt al snel voor fundamentalist versleten. Vrijwel iedereen vindt
wel iets over God en dat moet kunnen, vinden we. Spiritualiteit en andere zingevingsvragen
zijn regelmatig het onderwerp van praatprogramma’s en goedverkopende boeken.
Het maakt niet uit wat voor beeld je daarbij van God hebt, zolang je het idee
van de ander maar niet uitsluit. De rollen lijken daarbij omgedraaid. In het
klassieke beeld was God de schepper en de mensheid zijn maaksel. De mondige
mens uit de 21e eeuw creëert zijn eigen God(sbeeld) zoals je een nieuwe
keuken samenstelt.
In ons land van 16 miljoen bondscoaches is gemakkelijk plaats voor even zoveel
ideeën over God. Het wordt wat lastiger als iemand beweert de enige weg
naar God te zijn. Dat valt slecht te rijmen met een God, die naar ons eigen
beeld te modelleren valt.