Petrus heeft het helemaal gehad met zichzelf. In de groep van leerlingen had hij zich
opgeworpen als Jezus' meest loyale aanhanger. Had gezworen hem altijd te zullen
volgen, ja zelfs trouw te blijven tot in de dood. Maar nu het erop aankwam, en hij op
zichzelf was teruggeworpen, had hij ontkend ook maar iets met Jezus te maken te hebben.
Uit angst ook opgepakt te worden, probeerde Petrus zijn hachje te redden. Maar hij had
zijn beste vriend verworpen. Zou Jezus, op zijn beurt, niet hem afwijzen?
Wat is er met Petrus gebeurd? Wat ging er in hem om? Toen de soldaten in de Hof van
Getsemane Jezus kwamen arresteren, was het Petrus die een van hen een oor afsloeg.
Korte tijd later ontkende dezelfde Petrus tot drie keer dat hij Jezus kende.
Daar zien we Petrus, op het moment dat hij oogcontact maakt met zijn vriend, die zich
omdraait terwijl hij voor de joodse raad staat. Wat een vreselijk ogenblik! Vervuld van
schaamte bedenkt Petrus zich dat hij alles had opgegeven om Jezus te volgen. En dat hij
hem en zijn elf medeleerlingen had beloofd bij Jezus te blijven, ook als hij dat met de
dood zou moeten bekopen. Nu beseft Petrus dat hij Jezus zojuist heeft laten vallen als een
baksteen. Petrus barst in tranen uit en strompelt weg van deze 'plaats des onheils'. Hier
eindigt, plotseling, zijn rol in de film. Wat zou er van hem geworden zijn?