Ze hadden haar op heterdaad betrapt op overspel. Volgens de joodse wet moest zij ter dood worden
gebracht door steniging. De Romeinse bezetter echter had de joodse rechtbanken de uitoefening van
het strafrecht ontnomen, behalve voor gevallen van schending van de tempelregels. Met deze zaak
zal Jezus vast geen raad weten. Dit is het uitgelezen moment. Nu laten we hem eindelijk in de
val lopen.
Een groepje joodse leiders sleurt de vrouw de tempel in en werpt haar neer aan de voeten van Jezus.
Wat zal hij doen? De joodse wet terzijde schuiven, en daarmee zijn eigen jood-zijn geweld
aandoen? Of zal hij instemmen met haar executie? Maar daarmee zal hij de Romeinse wet
overtreden, en dan kunnen ze hem aanklagen bij de Romeinen. Wat hij ook doet, hij werkt zichzelf
ermee in de nesten… Zeker weten!
Maar Jezus omzeilt het dilemma. Hij hangt de afloop van de zaak op aan het geweten van ieder van
de mannen afzonderlijk. Laat degene die denkt zondeloos te zijn, de eerste steen gooien, zegt hij. De
aanklagers druipen af. Dat de oudsten het eerst vertrekken, is een van de hoogtepunten van dit
incident. Jezus had hen op heterdaad betrapt - zij waren allemaal schuldig. Er was niemand die
niets te verwijten viel. Een voor een draaien zich om en lopen weg. Ten slotte blijft Jezus alleen
achter, met de vrouw.
Hij had de eerste steen kunnen gooien. Hij was de enige die daarvoor in aanmerking kwam. Maar in
plaats daarvan richt hij de vrouw op, vergeeft haar en daagt haar uit zich te bekeren van haar fouten
en een nieuwe start te maken.