Robert Langdon
– een gevierd professor in Religieuze Symboliek aan de Harvard University
– loopt als hij voor een lezing in Parijs is - een afspraak mis met de
conservator van het Louvre. De reden? De man is kort daarvoor vermoord. Op de
plaats van de moord heeft hij zelf nog een aantal mysterieuze aanwijzingen achtergelaten.
Langdon is al snel de hoofdverdachte, ook al omdat het slachtoffer zijn naam
voordat hij stierf op de grond heeft geschreven.
De kleindochter van conservator en cryptologe Sophie
Neveu helpt hem uit handen van de politie te komen. Zelf heeft ze een deel
van de aanwijzingen die haar grootvader heeft achtergelaten. Samen beginnen
ze een speurtocht naar het motief van de moord. Daarvoor moeten ze de betekenis
van de overige aanwijzingen achterhalen. Die zoektocht leidt langs verborgen
aanwijzingen in het werk van Leonardo da Vinci. Samen ontdekken ze dat de gestorven
curator lid was van de Priorij
van Sion, een geheime organisatie met leden als Isaac Newton, Victor Hugo
en Leonardo da Vinci.
De spanning loopt op omdat ze tijdens hun speurtocht niet alleen door de politie
maar ook door de moordenaar op hun hielen worden gezeten. Een moordenaar, die
lid blijkt te zijn van Opus
Dei - een religieuze organisatie die nergens voor terugdeinst om te voorkomen
dat “de waarheid” die Robert en Sophie op het spoor zijn aan het
licht zou komen.