In de Da Vinci Code speelt de Priorij van Sion een belangrijke rol. Ook buiten
de Da Vinci Code zijn er bronnen die refereren aan dit zogenaamde geheime genootschap.
De Priorij van Sion zou in 1099 zijn opgericht door de Franse Hertog Godfried
van Bouillon (een directe afstammeling van Maria Magdalena en Jezus Christus)
en altijd veel invloed in machtige kringen gehad hebben. De Priorij bewaakt
volgens Dan Brown de waarheid over de oorsprong van het christendom.
Het door het Vaticaan onderdrukte waarheid zou zijn dat Jezus getrouwd is geweest
met Maria Magdalena, die volgens de officiële Vaticaanse leer een prostituee
was. Volgens de visie van de Da Vinci Code hebben Jezus en Maria Magdalena kinderen
gekregen. De vermeende onderdrukking van de waarheid over Maria Magdalena staat
symbool voor de onderdrukking van de vrouw in het geloof.
Wat weten we werkelijk over de Priorij van Sion
(Bron: Wikipedia)
De Priorij van Sion is een op 7 mei 1956 door de Fransman Pierre Plantard in
het leven geroepen 'geheim' genootschap.
Plantard bedacht een fictieve geschiedenis volgens welke deze Priorij al sinds
de Middeleeuwen bestond. De organisatie zou onder leiding van roemruchte 'grootmeesters'
als Leonardo da Vinci en Isaac Newton eeuwenlang in het geheim hebben geijverd
om de dynastieke rechten van de Merovingen veilig te stellen. Plantard meende
dat hij zelf een rechtstreekse afstammeling van deze Merovingen — ja zelfs
van Jezus Christus — was en daarmee recht had op de titel Koning van Frankrijk.
Plantard heeft het succes van De Da Vinci Code zelf niet meer meegemaakt. Hij
overleed in 2000 nadat hij sinds 1993 noodgedwongen over zijn Priorij had gezwegen.
In dat jaar bood hij zich aan als getuige in het justitieel onderzoek naar de
vermeende corruptie van de zakenman Roger-Patrice Pelat. Deze Pelat was volgens
Plantards getuigenis óók enige tijd grootmeester van de Priorij
van Sion geweest. Er werd een huiszoeking bij Plantard verricht waarbij allerhande
documenten werden aangetroffen die zijn aanspraken op de Franse troon zouden
moeten onderschrijven. Tijdens langdurige verhoren door een Franse rechter verklaarde
Plantard uiteindelijk onder ede dat hij alle verhalen over de Priorij uit zijn
duim had gezogen en dat de documenten door hemzelf waren vervaardigd. De rechter
gaf hem de dringende waarschuwing om het Franse justitie-apparaat nooit meer
met zijn verzinsels lastig te vallen.